Begraafplaatsreglement

Reglement voor het beheer
van een begraafplaats
van de R.K. Parochie St. Benedictus,
te Elst (Gld).


Dit reglement geldt voor de locaties Lent, Oosterhout, Elst, Valburg, Driel, Herveld, Heteren en Indoornik

Sluit aan bij het modelreglement van het Bisdom 4e druk 2010
















Reglement voor het beheer van de begraafplaatsen van de R.K. Parochie
St Benedictus voor de locaties Lent, Oosterhout, Elst, Valburg, Driel, Herveld, Heteren en Indoornik.


Elst 5 februari 2012 (versie maart 2015)
Inhoud


I Algemene Bepalingen artikel 1 - 8

II Het vestigen van de grafrechten artikel 9 - 16

III Het verlengen van de grafrechten artikel 17 - 20

IV Einde van de grafrechten artikel 21

V Indeling van een begraafplaats
en onderscheid van de graven artikel 22 - 29

VI Asbussen artikel 30 - 32

VII Graftekens en grafbeplantingen artikel 33 - 38

VIII Tarieven en onderhoud artikel 39 - 42

IX Overgangsbepaling artikel 43

X Slotbepalingen artikel 44 – 48

XI Bijlagen






























Algemene Bepalingen

Begripsaanduidingen
Artikel 1
In dit reglement wordt verstaan onder:

a. bestuur: het bestuur van de kerkelijke rechtspersoon R.-K. parochie
St Benedictus met kantooradres te Elst, eigenaresse van de begraafplaats.
b. begraafplaats: het terrein bestemd voor het begraven van overledenen en voor het begraven of bijzetten van asbussen van overledenen, gelegen in de locaties Lent, Oosterhout, Elst, Valburg, Driel, Herveld, Heteren en Indoornik van de onder a behorende parochie.
c. beheerder: degene die door het bestuur is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.
d. particulier (urnen-)graf: een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van een of meer overledenen of hun asbussen, waarvan het uitsluitend recht voor de duur van 20 jaar is verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd.
e. rechthebbende: de meerderjarige persoon of rechtspersoon aan wie het recht op een particulier (urnen-)graf is verleend.
f. grafrecht: het recht op een particulier (urnen-) graf voor twintig jaar; het recht op bewaring van een asbus in de urnenbewaarplaats voor twintig jaar.
g. bijzetting:
1. het begraven van een overledene in een graf;
2. het begraven van een asbus/urn in een graf waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
3. het plaatsen van een urn op een graf, waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
4. het plaatsen van een asbus/urn in een urnenbewaarplaats of columbarium.
h. asbus: hermetisch afgesloten koker met de as van de overledene.
i. urn: voorwerp waarin een of meer asbussen zijn opgeborgen. De bepalingen voor asbussen in dit Reglement gelden ook voor urnen.
j. urnenbewaarplaats of columbarium: voorziening op de begraafplaats waarin asbussen of urnen in een onverbrekelijk afgesloten ruimte dan wel hecht aan de plaats van bijzetting verbonden worden opgeborgen.
k. strooiveld: terrein dat bestemd is om permanent as te verstrooien.
l. gebruiker: de meerderjarige persoon aan wie een recht op medegebruik in een (urnen)graf is verleend.
m. locatie: de voormalige parochies die per decreet per 1 januari 2010 zijn samengevoegd tot de parochie St Benedictus.

Bestuur
Artikel 2
Het bestuur is gebonden aan het Algemeen Reglement voor het bestuur van een parochie van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland en terzake van het beheer van de begraafplaats bovendien aan dit Reglement.



Beheerder
Artikel 3
Het bestuur kan een van zijn leden of een andere persoon, in dit reglement te
noemen de beheerder, belasten met de dagelijkse leiding en het beheer van de
begraafplaats.
De beheerder is bevoegd om namens het bestuur opdrachten te verlenen, het beheer van de begraafplaats betreffende en om namens het bestuur grafrechten te verlenen.

Regelingen vóór een begraving
Artikel 4
1. Voor de begraving dient aan de beheerder het verlof tot begraving of de bereidverklaring tot de bezorging van de as te worden getoond.
2. De voor de begraving en bewaring van een asbus noodzakelijke bescheiden, zoals de grafakte en de kwitantie van betaling van de verschuldigde rechten of een deugdelijk bewijs van begraving of bewaring van een asbus voor rekening van derden en de eventuele autorisatie van de rechthebbende moeten vóór de begraving c.q. bewaring aan de beheerder worden overgelegd.

Bevorderen van natuurlijke ontbinding
Artikel 4a
1. Een lijk mag uitsluitend worden begraven in een kist of een ander omhulsel,
eventueel met gebruikmaking van een lijkhoes, die voldoen aan de in de
volgende twee leden opgenomen eisen.

2. Bij de vervaardiging van lijkkisten zijn voor de volgende onderdelen of
bewerkingen de volgende kunststoffen of toepassingen van kunststoffen
toegelaten:
2.1 spaanplaat: verlijmde houtspaanders/houtvezels. Het spaanplaats bevat niet
meer dan 10 mg vrij of gemakkelijk vrij te maken formaldehyde per 100 gram
plaatmateriaal,
2.2 lijm: verwerkt in houtspaanplaat: ureum formaldehyde lijm of isocyanaat lijm.
Verwerkt in schotten lijm: ureum formaldehyde lijm en/of PVAC lijm. Verwerkt in
pers lijm: PAVC lijm, polyvinylacetaat. Verwerkt in constructie lijm: PAVC lijm,
polyvinylacetaat,
2.3 lak: nitrocellulose lak dan wel een combinatie lak van nitrocellulose,
alkydharsen en eventueel polyester harsen,
2.4 handgrepen, sierschroeven en andere ornamenten: handgrepen,
ornamenten en accessoires van graf- en crematiekisten dienen uitgevoerd te
worden in vergankelijk materiaal, dan wel van buitenaf verwijderd te kunnen
worden,
2.5 hoofdkussen of hoofdsteun: zak van vergankelijk materiaal gevuld met
houtkrullen of kartonnen hoofdsteun,
2.6 binnenbekleding: niet geïmpregneerd papier aan de binnenkant van de
deksel en de wanden, katoen, zijde, rayon, of cellulose acetaat, dan wel een
mengsel van genoemde stoffen en wel zodat de stof van de binnenbekleding niet
in één stuk over de bodem en de wanden van de kist wordt gespreid, maar dat
voor de bodem een los stuk stof wordt gebruikt,
2.7 bodembedekking: niet-geïmpregneerd papier op de bodem, al dan niet
voorzien van een extra celstof onderlegger,
2.8 print- en kantenband: basispapier op edel cellulose basis met anorganische
pigmenten.

3. Materiaal voor lijkhoezen dient aan de volgende eisen te voldoen:
3.1 doorlaatbaarheid:
a. van water: gedurende zeven dagen voortdurend contact met water tussen 5
en 20 graden C en pH = 7,0 mag het materiaal niet meer dan 1 mg vloeibaar
water per vierkante meter per uur doorlaten, gemeten volgens DIN 53122 of een
vergelijkbare norm,
b. van gas: na veertien dagen mag de doorlaatbaarheid voor gasvorming
kooldioxide, gemeten volgens DIN 53122 of een vergelijkbare norm, niet minder
zijn dan 150 ml per vierkante meter per uur en voor zuurstof niet minder dan 200
ml per vierkante meter per uur,
3.2 mechanische eigenschappen:
a treksterkte: de streksterkte van het materiaal en van de lasverbindingen mag
niet minder bedragen dan 1N per millimeter, gemeten volgens DIN 53455 of een
vergelijkbare norm,
b vouwbestendigheid: als het materiaal wordt dubbelgevouwen en de vouw
gedurende dertig minuten wordt belast bij een druk van 5 N per vierkante
centimeter, mag het materiaal in de vouw geen scheur vertonen,
3.3 vorm: gedurende twee jaar bij een opslag bij 20 graden C, mag de krimp in
lengte- en breedterichting niet meer dan 10% bedragen, gemeten volgens norm
ASTM: D 2732-83 of een vergelijkbare norm,
3.4 biologische afbreekbaarheid: het materiaal van lijkhoezen dient binnen 90
dagen voor meer dan 98% te worden afgebroken, gemeten volgens de norm
ASTM: D 5338-92 of een vergelijkbare norm. Daarnaast dient uit de lijkhoezen,
zowel bij biologische afbraak als bij crematie, geen schadelijke stoffen vrij te
komen. Voor zware metalen (Pb, Cr, Ni., Cu, Cd en Zn) en gechloreerde
koolwaterstoffen deint voldaan te worden aan de Duitse Bundesgűtegemein-
schaft-norm RAL GZ 251 of een daaraan gelijk te stellen norm. Voor de bepaling
hiervan dient gebruik te worden gemaakt van de norm ASTM: D 5152-91 of een
vergelijkbare norm.

4. Andere omhulsels of lijkkisten en lijkhoezen die op het doel van begraven of
verbranden zijn afgestemd, zijn toegestaan bij begraven of verbranden, mits zij
voldoen aan de hierboven gestelde eisen van doorlatendheid voor lucht en
biologische afbreekbaarheid voor zover deze omhulsels dan wel onderdelen
daarvan niet verwijderd worden voorafgaand aan het begraven of verbranden.

De begraving van een overledene en de bewaring van een asbus
Artikel 5
1. Een begraving of de bewaring van een asbus geschiedt op een dag en uur, met de beheerder tevoren overeen te komen en volgens aanwijzing van de beheerder.
De begraafplaats is niet toegankelijk voor de lijkwagen of de volgwagens. De beheerder kan, uitsluitend voor mindervalide personen, uitzondering toestaan.
2. De kist, dan wel het omhulsel en de asbus moeten zijn voorzien van een
registratienummer, welk registratienummer moet worden opgenomen in het
register van de overledenen. De begrafenisondernemer en/of nabestaande(n)
dragen zorg voor het aanbrengen van dit nummer en voor het doorgeven van
deze informatie ten behoeve van het register.






Werkzaamheden op de begraafplaats
Artikel 6
1. Het delven en dichten van graven, het openen van een graf, het opdelven van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen geschieden uitsluitend door het personeel van de begraafplaats of, in opdracht van het bestuur, door derden.
2. Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of beplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden dat de begraafplaats daarvoor geopend is. Zij volgen hierbij de aanwijzingen van de beheerder.
3. Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en feestdagen en tijdens begravingen en diensten in de aula of kapel. Op zaterdagen mogen geen werkzaamheden door beroepskrachten worden verricht, in opdracht van rechthebbenden, maar is uitsluitend de grafverzorging door de nabestaanden toegelaten.
4. Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen en hulpmaterialen te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzingen van de beheerder.

Bezoekers
Artikel 7
Het bestuur bepaalt de tijden, waarop de begraafplaats voor bezoekers toegankelijk is en tevens de openingstijden van de begraafplaats. De begraafplaats is voor auto’s en voor fietsen (al of niet met hulpmotor) gesloten. De beheerder kan voor mindervaliden uitzondering toestaan. Honden worden alleen aangelijnd op de begraafplaats toegelaten. Bezoekers worden verzocht luidruchtigheid te vermijden.
Voor het houden van dodenherdenkingen of de plechtige onthulling van een grafteken moet tevoren schriftelijke toestemming zijn verkregen van het bestuur.

Administratie
Artikel 8
1. Het bestuur is verantwoordelijk voor het voeren van de administratie van de begraafplaats. De administratie bevat in ieder geval het wettelijk verplichte register van de overledenen met vermelding van hun registratienummer en aanduiding van de plaats op de begraafplaats waar zij begraven zijn, alsmede een dergelijk register van de bewaarde asbussen. Deze registers zijn openbaar. Daarnaast bestaat er het nabestaandenbestand grafrechten, waarin de namen en adressen van alle rechthebbenden worden geregistreerd.
2. Het boekjaar van de begraafplaats loopt van 1 januari tot en met 31 december.

HET VESTIGEN VAN HET GRAFRECHT

Schriftelijke overeenkomst
Artikel 9
1. Een grafrecht wordt gevestigd door een schriftelijke overeenkomst met het bestuur, genaamd grafakte.
2. Op de begraafplaats kunnen begraven worden:zij die als parochiaan staan
ingeschreven bij de desbetreffende locatie van de parochie en zij die met een
parochiaan gehuwd waren (waaronder mede te verstaan een geregistreerd
partnerschap) of die met een parochiaan duurzaam een gemeenschappelijke
huishouding vormden en woonplaats hebben in een locatie die tot de parochie
behoort. De begrippen woonplaats en het prijsgeven van zijn woonplaats moeten
worden verstaan in de zin van de artikelen 10 en 11 Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek;
- Kinderen van parochianen (waaronder mede begrepen stiefkinderen en pleegkinderen) tot de leeftijd van achttien jaar ook al verblijven zij omdat zij een opleiding volgen feitelijk elders dan in de desbetreffende locatie van de parochie en kinderen ouder dan achttien jaar, woonachtig buiten de locatie van de parochie maar nog steeds vallende onder de (financiële) zorg van de ouders/voogd;
- oud-parochianen, die ingeschreven waren en wilde zijn als parochiaan, woonachtig geweest in de locatie van de desbetreffende parochie en die thans niet meer wonen in de locatie van de desbetreffende parochie.
3. Het bestuur kan van lid 2 afwijken en toestaan dat anderen op de begraafplaats worden begraven.

Uitgifte van graven
Artikel 10
De graven van een gravenveld worden in volgorde, door de beheerder te bepalen, uitgegeven. Het is mogelijk een bepaalde grafruimte te reserveren, dit recht wordt verworven als bedoeld in artikel 11.

Recht op particulier (urnen-)graf
Artikel 11
Het bestuur kan aan één meerderjarig persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht verlenen om voor twintig jaren (met eventuele verlengingen) gebruik te maken van een bepaalde (urnen-) grafruimte, ten behoeve van hemzelf, de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levenspartner, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind. Dit recht wordt verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld of door het bestuur later te stellen. In ieder geval moet betaling op grond van artikel 39 van dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden ingestemd met het ruimen van het graf (artikel 42) wanneer dit recht, door welke oorzaak dan ook, geëindigd is.


Adres rechthebbende
Artikel 12
De rechthebbende is verplicht zijn/haar adres aan het bestuur op te geven, alsmede de wijziging van zijn/haar adres.

Overlijden rechthebbende
Artikel 13
1 Binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende dient het grafrecht
na een daartoe strekkend verzoek van de erfgena(a)m(en) te worden
overgeschreven op naam van de echtgenoot, geregistreerde partner of andere
levenspartner, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een
pleeg- of stiefkind overeenkomstig artikel 14.
2 Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of
zijn asbus dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving als
bedoeld in lid 1 van dit artikel voorafgaand aan die begraving of bijzetting te
worden gedaan.



Overdracht grafrecht
Artikel 14
1. Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het bestuur van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht, met vermelding van de personalia en het adres van de rechtsopvolger.
2. Overdracht aan een ander dan de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levenspartner, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of een, pleeg- of stiefkind van de rechthebbende is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan naar het oordeel van het bestuur.
3. Een rechthebbende kan afstand doen van grafrechten, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. Afstand dient schriftelijk te geschieden.

Weigering tot begraving of bijzetting
Artikel 15
Het bestuur behoudt zich het recht voor, ook nadat grafrechten zijn verleend, om canonieke redenen begraving van een overledene en met name de bijzetting in een dubbel graf, een familiegraf te weigeren, onder teruggave van de reeds betaalde rechten, of alleen de begraving op een bepaald gedeelte van de begraafplaats toe te staan.

Ontbindende voorwaarden grafrechten
Artikel 16
Het bestuur verleent grafrechten uitdrukkelijk voor de tijd, gedurende welke het terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, tot de begraafplaats blijft behoren en voor de tijd dat de begraafplaats in exploitatie blijft.
Aan de toegekende grafrechten kan geen titel ontleend worden zich te verzetten tegen de bestemmingsverandering van (een gedeelte van) de begraafplaats of tegen de voorgenomen sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

HET VERLENGEN VAN GRAFRECHTEN

Schriftelijk informeren van de rechthebbende
Artikel 17
Het bestuur zal uiterlijk één jaar voor het verstrijken van een termijn, waarvoor
grafrechten zijn verleend en die kunnen worden verlengd, de rechthebbende
schriftelijk attenderen op het aflopen van de grafrechten en de voorwaarden bekend
maken, waaronder deze grafrechten kunnen worden verlengd voor een termijn van
tien jaar.

Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling om verlenging van
de termijn van het grafrecht is verzocht dan zal van het aflopen van de termijn door
een zichtbare mededeling melding worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van
de begraafplaats. De mededeling blijft gedurende één jaar aanwezig maar tenminste
tot het einde van de termijn van het grafrecht.

Verzoek rechthebbende
Artikel 18
1. Een rechthebbende kan binnen twee jaren voor de afloop van de termijn schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van tien jaren.
2. Het bestuur zal een aanvraag ingevolge lid 1 inwilligen, in zoverre van het recht tot begraven gebruik is gemaakt en geen bijzondere redenen, zoals de voorgenomen ruiming van een gravenveld, zich daartegen verzetten.


Voorwaarden voor verlenging
Artikel 19
De verlenging van grafrechten wordt slechts verleend wanneer het onderhoud van
het graf zich naar het oordeel van het bestuur niet bevindt in kennelijke staat van
verwaarlozing en op de voorwaarden geldend op het tijdstip waarop de verlenging
ingaat en volgens de alsdan geldende tarieven.

Verlenging bij bijzetting
Artikel 20
Wanneer in een particulier (urnen-)graf, bestemd tot het begraven van meerdere
overledenen een bijzetting plaats vindt, wordt een lopende termijn van het grafrecht
verlengd tot een periode van 20 jaar.


EINDE VAN DE GRAFRECHTEN
Artikel 21
De grafrechten vervallen:
a. door het verlopen van de gestelde termijn met inachtneming van het bepaalde in artikel 17;
b. indien de verschuldigde gelden overeenkomstig artikel 39 van dit reglement niet binnen één jaar na het vestigen of het verlengen van een grafrecht zijn betaald;
c. indien een terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, aan de bestemming van begraafplaats wordt onttrokken of wanneer de begraafplaats niet meer als zodanig wordt geëxploiteerd, overeenkomstig artikel 16;
d. indien de aankondiging van het aflopen van de termijn van het grafrecht overeenkomstig artikel 17 bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats aangeplakt is geweest en de rechthebbende gedurende die periode niet heeft gereageerd.
e. indien de rechthebbende het onderhoud van grafteken of beplanting verwaarloost en na sommatie weigert te doen herstellen of de herstelkosten te voldoen, overeenkomstig artikel 35;
f. indien de rechthebbende bij onderhandse verklaring afstand doet van een verkregen grafrecht. Wanneer nog geen gebruik werd gemaakt van het recht tot begraven kan een evenredige terugbetaling plaatsvinden.


INDELING VAN DE BEGRAAFPLAATS EN ONDERSCHEID VAN DE GRAVEN

Indeling door bestuur


Artikel 22
Het bestuur behoudt zich het recht voor de aanleg en de indeling van de begraafplaats, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in (urnen)graven vast te stellen en te wijzigen.

Soorten van graven
Artikel 23
1. Het bestuur verleent rechten op het tijdelijk gebruik, respectievelijk medegebruik van:
a. een particulier familiegraf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens van het betreffende model. Bijzetting van asbussen of urnen is toegestaan.
b. een particulier enkel of dubbel graf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens van het betreffende model. Bijzetting van een asbus of urn in een dubbelgraf is toegestaan.
c een particulier enkel of dubbel graf in een vak, waarop toegelaten worden
graftekens na afzonderlijke goedkeuring. Bijzetting van een asbus of urn in
een dubbelgraf is toegestaan.
d een particulier kindergraf of een eigen graf voor een doodgeborene of een
onvoldragen vrucht in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na
afzonderlijke goedkeuring. Bijzetting van een asbus of urn is niet
toegestaan.
e een particulier urnengraf in een urnengravenveld;
2. De modellen graftekens worden omschreven in de voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen, zoals voorzien in artikel 33.

Familiegraven (meer dan twee personen worden begraven)
Artikel 24
Een familiegraf is bestemd voor het begraven van drie of vier overledenen en/of hun asbussen. Er mogen niet meer dan twee overledenen boven elkaar worden begraven.
Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan de overledenen aanwijzen, die na overlijden in een familiegraf begraven of bijgezet mogen worden.

Enkele graven
Artikel 25
In een enkel graf mag geen tweede bijzetting plaatsvinden.
Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degene aanwijzen die na overlijden in een enkel graf worden begraven.

Dubbele graven
Artikel 26
Een dubbel graf is bestemd voor het begraven van twee met namen aangeduide overledenen, dan wel één overledene en één asbus/urn. In een dubbel graf worden twee overledenen boven elkaar begraven.
Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan de overledenen aanwijzen, die na overlijden in een dubbel graf mogen worden begraven of bijgezet.
Het bijzetten van asbussen en of urnen – zonder naam aanduiding - is toegestaan. Is er sprake van het bijzetten van asbussen en of urnen met naam aanduiding dan is sprake van een “familiegraf”. Het graf wordt aangemerkt als een familiegraf indien er meer dan twee overleden hierin geplaatst zijn.

Kindergraven
Artikel 27
In een kindergraf wordt een overleden kind begraven dat niet ouder was dan 12 jaar.


Eigen urnengraf
Artikel 28
In een eigen urnengraf kunnen een of meer asbussen worden begraven.


Grafkelders
Artikel 29
Grafkelders worden uitsluitend toegelaten op de gravenvelden, als zodanig aangegeven in de Voorschriften op grond van artikel 33 en qua constructie in overeenstemming met deze Voorschriften. Vόόr het aanbrengen van een grafteken dient een waarborgsom te worden gestort overeenkomstig de tarieven als bedoeld in
artikel 39.


ASBUSSEN

Bewaring van asbussen
Artikel 30
Asbussen kunnen op de begraafplaats bewaard worden door bijzetting:
a. in een bestaand graf;
b. in een eigen urnengraf dat deel uitmaakt van een gravenveld van urnen;
c. op een bestaand graf in een urn, die hecht aan de ondergrond is verbonden;
d. in de urnenbewaarplaats van de begraafplaats;



Recht op het bewaren van een asbus
Artikel 31
De artikelen 9 t/m 16 zijn van overeenkomstige toepassing voor degenen die een recht willen vestigen op het bewaren van een asbus op de begraafplaats op een van de in artikel 30 genoemde wijzen.


Ruiming van asbussen
Artikel 32
Ruiming door het bestuur van een asbus na het vervallen van het recht op bewaren van de asbus geschiedt door verstrooiing van de as op een strooiveld.


GRAFTEKENS EN GRAFBEPLANTINGEN

Vergunning
Artikel 33
Het bestuur kan uitsluitend aan rechthebbenden vergunning verlenen om graftekens en/of beplantingen op particuliere graven te doen aanbrengen. Deze moeten voldoen aan de voorschriften die door het bestuur worden gesteld. Zie hiervoor de bijlage: “Voorschrift voor het toelaten van graftekens en grafbeplanting voor de begraafplaats van de parochie”. Graftekens en/of beplantingen, die naar het oordeel van het bestuur niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, worden door het bestuur geweigerd en kunnen na aangebracht te zijn door het bestuur op kosten van de rechthebbende worden verwijderd. Oppervlakten van graven en grafkelders zijn aangegeven in de aan dit reglement gehechte bijlage.

Risico schade aan graftekens en voorzetplaten
Artikel 34
1. Gedurende de termijn van het grafrecht blijven de graftekens en de grafbeplanting
eigendom van de rechthebbende. Het bestuur aanvaardt deze graftekens en
grafbeplanting niet in beheer. Dit betekent dat de rechthebbende verantwoordelijk is voor de voorwerpen die zich op de graven bevinden, alsmede voor het onderhoud, met inachtneming van het bepaalde in artikel 35.
2. Schade aan graftekens ontstaan door storm en vandalisme wordt door het bestuur
uitsluitend vergoed voor zover deze risico’s door een verzekeringsovereenkomst van het bestuur zijn gedekt.
3. Schade veroorzaakt door op de begraafplaats uitgevoerde werkzaamheden door
personeel van de begraafplaats wordt door het bestuur uitsluitend vergoed tot het bedrag waarvoor deze risico’s door de desbetreffende verzekeringsovereenkomst van het bestuur worden gedekt.


Onderhoud graftekens en grafbeplanting
Artikel 35
1. De graftekens en grafbeplantingen moeten ten genoegen van het bestuur worden onderhouden door de rechthebbenden. Onder behoorlijk onderhoud wordt mede verstaan het doen herstellen, vernieuwen of waterpas stellen van graftekens en/of beplanting.
2. In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan het bestuur, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem ligt deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die het toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet.
3. Indien na ontvangst van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, niet bevestigd wordt, maakt het bestuur de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.
4. Indien toepassing is gegeven aan het tweede of derde lid en niet alsnog in het
onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het tweede respectievelijk derde lid, is verstreken
5. Indien het recht op het graf nog geen twintig jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het derde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van twintig jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van twintig jaar is verstreken.


Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door rechthebbende
Artikel 36
Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting moet worden gegeven door de rechthebbende. Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende.



Tijdelijke verwijdering grafteken door de beheerder
Artikel 37
1. Indien het vanwege het beheer van de begraafplaats naar het oordeel van de beheerder nodig is kunnen het grafteken en/of de beplanting van het graf van een rechthebbende op last van en voor rekening van het bestuur worden weggenomen en kan op het graf tijdelijk zand worden gedeponeerd. De rechthebbende wordt hiervan tevoren in kennis gesteld.
2. Verwelkte bloemen en ontsierende voorwerpen kunnen door de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing van de graven worden verwijderd.

Verwijdering graftekens na einde grafrecht
Artikel 38
Binnen drie maanden na het eindigen van het grafrecht kunnen grafteken en/of beplanting door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Na verloop van drie maanden wordt de rechthebbende geacht geen prijs te stellen op het weer in bezit nemen van grafteken en/of beplanting en is het bestuur gerechtigd deze te doen verwijderen en te doen vernietigen, zonder dat enigerlei vergoeding hiervoor jegens de rechthebbende verschuldigd is.


TARIEVEN EN ONDERHOUD

Tarieven
Artikel 39
1 Voor het vestigen en verlengen van een grafrecht, voor bijzettingen, voor
onderhoud en voor het verwijderen van graftekens en/of beplanting bij einde van
de termijn waarvoor een grafrecht is aangegaan worden tarieven geheven. Deze
zijn als volgt samengesteld:
a. een bedrag voor het grafrecht
b. een bedrag voor de werkzaamheden aan het (urnen)graf en voor het regelen
van de bijzetting
c. een bedrag ter bestrijding van de kosten van het door het bestuur uit te voeren
algemeen onderhoud van de begraafplaats, voor de duur van het grafrecht
d. een bedrag ter bestrijding van de kosten van verwijdering en vernietiging van
het grafteken en/of de grafbeplanting na het eindigen van het grafrecht.


2 Het tarief voor het recht van bewaring van een asbus of urn in een
columbarium nis in het columbarium is samengesteld uit:
a een bedrag voor het grafrecht
b een bedrag voor de werkzaamheden aan het columbarium en het regelen van
de bijzetting
c een bedrag ter bestrijding van de kosten van het door het bestuur uit te voeren
algemeen onderhoud van de begraafplaats, voor de duur van het grafrecht,
d de voorzetplaat.


3 Het bestuur stelt een afzonderlijke lijst op de voor de begraafplaats geldende tarieven. Het bestuur behoudt zich het recht voor om wegens algemene prijsstijgingen tarieven te verhogen, bijvoorbeeld die met betrekking tot verlenging van grafrechten.



Algemeen onderhoud
Artikel 40
Het bestuur zal zorg dragen dat de afrasteringen en/of ommuringen, de gebouwen, de paden, de groenvoorziening en de beplanting van de begraafplaats worden onderhouden. Tot dit onderhoud van de begraafplaats behoren de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting op en onmiddellijk achter de graven, in zoverre deze niet overeenkomstig artikel 33 door de rechthebbende zijn aangebracht.

Beperking onderhoudsverplichting
Artikel 41
Het bestuur verplicht zich aan het in artikel 40 omschreven onderhoud te besteden maximaal de bedragen, die uit de tarieven op grond van artikel 39 voor onderhoud zijn verkregen en daarvoor per jaar beschikbaar zijn, alsmede eventueel van overheidswege daarvoor verkregen subsidies.
Deze beperking van de onderhoudsverplichting geldt in het bijzonder na sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

Ruiming van graven en asbussen
Artikel 42
Het bestuur heeft het recht de (urnen-)graven en de in de urnen bewaarplaats bewaarde asbussen, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen zijn, te doen ruimen, met in acht neming van de wettelijke termijn van 1 jaar.



OVERGANGSBEPALING
Artikel 43
1. Voor in het verleden verleende grafrechten waarvan de tijdsduur niet meer aantoonbaar vast te stellen was, heeft het reglement van 1 januari 2001 de termijn gesteld op 30 jaren na inwerkingtreding van dat reglement.
Het huidige reglement vervangt de voorgaande reglementen en gaat uit van het toen bepaalde ten aanzien van grafrechten waarvan de tijdsduur niet meer aantoonbaar was. Het tariefonderdeel voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 39, lid 1 sub b, is derhalve gedurende deze periode niet verschuldigd.
2. Rechthebbende met een grafrecht dat aantoonbaar voor onbepaalde tijd is verleend, zijn niet het tariefonderdeel verschuldigd voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 39, lid 1, sub b.



SLOTBEPALINGEN

Sluiting van een begraafplaats
Artikel 44
Het bestuur behoudt zich het recht voor de begraafplaats voor begravingen en voor het bewaren van asbussen te sluiten of gesloten te doen verklaren. Uitsluitend de betalingen voor begravingen, waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden daarna door het bestuur aan rechthebbende gerestitueerd.
Het bestuur is niet aansprakelijk voor opgravings- en overplaatsingskosten van resten en/of graftekens naar een andere begraafplaatsen.

Klachten
Artikel 45
Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het bestuur een schriftelijke klacht indienen. Het bestuur zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en de klager schriftelijk daarvan in kennis stellen.

Onvoorzien
Artikel 46
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

Vervallenverklaring eerdere reglementen
Artikel 47
Het bestuur herroept de bepalingen en voorschriften van eerdere reglementen, de begraafplaats betreffende en stelt dit reglement daarvoor in de plaats.


Wijziging reglement
Artikel 48
Dit reglement heeft de goedkeuring van de bisschop van Utrecht.
Het bestuur is gerechtigd dit reglement te wijzigen.
Wijzigingen in dit reglement behoeven eveneens de goedkeuring van genoemde bisschop.
De rechthebbenden en de gebruikers worden van de wijzigingen in kennis gesteld.

Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het bestuur d.d. 23 maart 2012 en goedgekeurd door het Aartsbidom van Utrecht d.d. 17 april 2012 met referentie 2012.02701 en van toepassing verklaard met ingang van 1 januari 2012.





















Bijlagen:


A) Graftekens en grafbeplantingen:
zerken en graftekens moeten worden vervaardigd zijn uit één stuk weerbestendige
natuursteen (hardsteen, graniet of wit marmer). Het parochiebestuur kan een afwijking
hierop toestaan, mits het ontwerp tevoren afzonderlijk is goedgekeurd.

Niet toegestaan zijn:
 grafbanden met ingestrooid grind of marmerslag,
 ijzeren hekken,
 palen met buizen of kettingen.

B) Grafrechten bij leven:
het is mogelijk reeds bij leven een grafrecht aan te gaan, hiermee wordt een graf
gereserveerd. De normale grafhuur is verschuldigd vanaf het moment van het aangaan
van het grafrecht.